Nederlandse Antillen (en Aruba)

Nederlandse Antillen.

Aruba.

Bonaire.

Curaçao.

In 1986 bezocht ik alle "Benedenwindse Eilanden" van de Nederlandse Antillen (ook wel de "A-B-C eilanden" genoemd), zijnde Aruba, Bonaire en Curaçao. In 1993 bezocht ik Curaçao en Bonaire voor de tweede maal. De Antillen zijn nog aan het Koninkrijk der Nederlanden verbonden aangezien dit nog een oude kolonie van Nederland is. De Antillen halen hier (met name financieel) nu aanzienlijke voordelen uit. Het eiland Aruba heeft intussen "status aparte" verkregen.

Aruba is "veramerikaniseerd", Curaçao is eigenlijk het hoofdeiland en zelf vind ik Bonaire dan nog het leukst om even op rond te rijden. Bonaire is droog en er staan veel cactussen. Verder kun je een paar (gerenoveerde) slavenhuisjes uit het verleden zien en de zoutpan. Vanaf Bonaire kun je goed diepzeeduiken. Ik ben zelf ook op het kleine eilandje voor de kust geweest, Klein Bonaire, en daar zijn vele duikplekken rond omheen. Verder ben ik persoonlijk van mening dat je het bezoek aan de Antillen kort moet houden, omdat ik het redelijk snel vind gaan vervelen.

Orkaan

Toen ik in 1993 op Curaçao was, ontstond er ineens onrust. Het noorden van Zuid-Amerika werd getroffen door een orkaan. Toen de weersvoorspellingen meldden dat hij af zou buigen naar de zuidelijke eilanden van de Antillen, ontstond er toch wel enige paniek. Men keek het heel even aan en moest toen drastische maatregelen nemen. De daken werden nog eens goed op de huizen getimmerd, zandzakken werden aangevoerd, de Nederlandse Marine liet het fregat dat op dat moment in de hoofdstad Willemstad lag vertrekken en de ALM (Antilliaanse Luchtvaartmaatschappij) bracht de volledige vloot van vliegtuigen over naar de Bovenwindse Eilanden. Het dodental in Venezuela liep op tot boven de honderd en men vroeg zich ongerust af wat er ging gebeuren. Het werd duidelijk dat de orkaan naar Curaçao zou komen en men ging eens kijken naar het moment waarop de enorme storm het eiland zou bereiken. Het hotel haalde alles naar binnen en zette de lobby af met zandzakken. Een noodplan werd aan de gasten uitgereikt. In de vroege morgen zou het gaan beginnen.

Eén avond daarvoor maakte ik een wonder der natuur mee, zoals ik zelden of nooit meegemaakt had. Normaal waait het altijd op de Antillen, er is werkelijk altijd wind. Die bewuste avond ging de wind geheel liggen, het werd volledig stil. Zo stil, dat zelfs de zee geen branding meer had. Het was een prachtige avond waarop wij een boottocht maakten en er later getuige van werden dat de zee zo glad werd als een biljartlaken. Geen millimeter beweging! Waar zand of stenen in het water over gingen was het volledig stil. Dit was letterlijk: stilte voor de storm.

Toen ik ‘s morgens wakker werd gierde de wind langs het hotelkamerraam. Geïnteresseerd keek ik naar buiten, ik vond het boeiend, maar besefte dat er elders op het eiland wel eens grote ellende zou kunnen zijn. Hoe verging het hen die in gammele woningen met golfplaten daken woonden? De punt van de orkaan raasde over het eiland, sommigen zeiden dat het hart van de orkaan net langs het eiland zou schuren. In de loop van de ochtend nam de storm verder toe. Ik kon een tijdje niet naar buiten, dus ik dreigde me al snel te gaan vervelen, hoewel ik het verder wel een boeiend gebeuren vond.

De wind nam af en men moest de schade gaan opnemen. Het duurde even voordat de berichten weer goed rond gingen, maar toen de wind was gaan liggen tot normale kracht (zoals ik eerder meldde, er is altijd wind) bleek dat er toch minder schade was aangericht dan men had gevreesd. Er waren door de krachtige storm geen doden gevallen op Curaçao.

Willemstad, de hoofdstad van Curaçao, gefotografeerd tijdens een rondvlucht rond het eiland.
Op de foto: Punda (rechts) en Otrabanda (links), de natuurlijke haven 
met daarover de Pondjesbrug en verderop de hoge Willemsbrug.
 

Terug naar vorige pagina