Sri Lanka en de Malediven
![]() |
|
Oorlog
Sri Lanka, 1983:
In de late avond van 20 juli 1983 vertrokken we met een KLM-vlucht van Amsterdam naar Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka (voorheen: Ceylon). In Sri Lanka boterde het niet tussen de Tamils (die strijden voor een eigen onafhankelijke staat in het noorden van het eiland) en de Singalezen. In mei ‘83 waren er verkiezingen gehouden waarbij de noodtoestand al afgekondigd werd, maar in de aanloop naar ons vertrek was het verder rustig. Toen wij net in Colombo waren, brak de oorlog uit. Alle buitenlanders moesten binnen 24 uur het land verlaten, in Colombo werd de avondklok ingesteld. Iedereen in het hotel ging er vandoor, alleen één bewaker bleef (omdat wij er zaten). Mijn ouders wilden niet naar huis, want dan was hetgeen waar zij het hele jaar voor gewerkt hadden, verpest. Een poging om naar India te gaan mislukte, een visum zou 5 dagen op zich laten wachten. Er werden 3 vliegtuigplaatsen voor ons geregeld door onze reisorganisatie. Er zou een vliegtuig uit Jakarta komen dat via Colombo naar Europa ging. Mijn ouders wilden absoluut niet, de tijd drong.

Krantenkop van een landelijk dagblad over de oorlog in Sri Lanka tewijl wij daar waren.
Colombo stond in brand en er vielen honderden doden in de stad. Mijn ouders stonden de 3 vliegtuigplaatsen af aan anderen, die natuurlijk dolgelukkig waren. Inmiddels steeg het dodental in Sri Lanka van 1.000 naar 2.000. Honderdduizenden mensen werden dakloos. Bedrijven werden vernietigd, banken werden geplunderd, winkels werden uitgebrand, de werkloosheid steeg explosief. Hamsteren, voor de winkels stonden zeer lange rijen. De prijs van rijst steeg met 50%, de prijs van kokosnoten ging 3x over de kop en een kilo tonijn moest omgerekend zo’n € 23,- opbrengen. Op de valreep konden we vluchten, want m’n ouders hadden 3 vliegtuigstoelen bij Air Lanka weten te bemachtigen voor de vlucht naar Male, de hoofdstad van de Malediven.
|
|
Artikel uit de krant in Nederland uit de periode dat wij daar waren. |
Gevlucht uit Sri Lanka, aankomst in Male (Malediven). |
Op de Malediven waren ze toen nog amper op buitenlandse gasten voorbereid. We kwamen op een klein eilandje terecht en we wisten niet voor hoe lang, terug konden we niet. Communicatie was voor ons onmogelijk, we waren dus vermist. Pas na dagen kon m’n moeder goed contact met Nederland krijgen. De reisorganisatie was furieus. De toevoer naar de Malediven liep normaal gesproken via Colombo en die was helemaal stil komen te liggen. We aten iedere dag hetzelfde: vis met rijst. M’n vader ging z’n duikbrevet halen, hij had immers alle tijd en was nu eenmaal in één van de mooiste diepzeeduikgebieden ter wereld terecht gekomen. Ik moest tegen de felle zon beschermd worden, want ik had zeker als kind een zeer lichte huid. Ik was het enige kind op het eiland. Ik zwom een beetje in zee met m’n vader, wandelde over het eiland, speelde op het strand, kreeg af en toe kokosnoten van de lokale bevolking, klom in hangmatten van de eilandbewoners, en dat was het wel zo’n beetje.
|
Ik in de Indische Oceaan bij het eilandje Kurumba. |
De lokale bevolking had kleding van m’n moeder gestolen, dit was voor hen wellicht een onverwacht buitenkansje. Verder hadden wij er overigens weinig problemen. Toen er bijna 3 weken verstreken waren, konden we terug naar Sri Lanka. We moesten daar echter z.s.m. weer weg. We deden nog wel een rondrit en zagen een gedeelte van de schade die aangericht was. Na nog twee nachten in Colombo vlogen we terug naar Nederland, waar zou blijken dat we als vermisten de kranten en journaals hadden gehaald.