Het noorden van Thailand

Het noorden is een mooi gedeelte van Thailand. Een bezoek aan het noorden van Thailand is de moeite waard  voor de natuur, de vele bergstammen, kleine bergdorpjes, een paar grotten, enkele oude tempelcomplexen, olifantenshows in "olifanten opleidingscentra" en verder kunt u er bijvoorbeeld ook "raften" met een bamboevlot op een rivier of een trek per olifant door de natuur maken. De lokale keuken van het noorden verschilt iets van de rest van Thailand.

 

De provincies Chiang Rai, Chiang Mai en Mae Hong Son:

Het noordelijkste punt van Thailand in Mae Sai.

Het drielandenpunt (Gouden Driehoek) in Sop Ruak.

Boottocht op de Mae Nam Kok.

Op lokale markten is het aanbod van rode pepers enorm.

Op de markt zijn ook kikkers te koop, een delicatesse.

Tongen liggen ook uitgestald, dat is ook een lekkernij.

Een dorp in de bergen. Huizen op palen.

Huizen van bergstammen.

Knoflook, handel van deze bergstam.

Een vrouw van een bergstam die handwerk verricht.

Elephant trekking. 

Ik bezocht ook de Padaung, een subgroep van de Karen.

Deze worden ook wel de "longnecks" genoemd.

De "longnecks" bevinden zich rond Mae Hong Son.

De "longnecks" zijn een toeristische attractie.

Toerisme is handel, ze verkopen veel souvenirs.

Uitzicht vanaf de berg Doi Kong Mu over Mae Hong Son.

Nong Chong Kham is een klein meer in Mae Hong Son.

Boarding in een ATR72 voor de binnenlandse vlucht van Mae Hong Son naar Chiang Mai.

 

De provincies Lampang en Sukhothai:

De markt Thung Kwain.

Wat Phra That Lampang Luang.

Boeddhabeelden in de tempel.

Eind juli 2003 was ik onderweg van Luang Prabang (Laos) naar Bangkok om vanuit de hoofdstad naar het oosten van Thailand te reizen. Ik ging niet direct naar Bangkok, maar via het noorden van Thailand, omdat ik het oude Sukhothai wilde bezoeken. Ik ging eerst naar Chiang Mai, waar ik enkele maanden eerder ook al was geweest en op woensdag 30 juli 2003 vloog ik met Bangkok Airways van Chiang Mai naar Sukhothai. In de plaats Sukhothai (New Sukhothai) is 's avonds niets te beleven, dus ik ging redelijk vroeg naar bed. Tot zover niets aan de hand, maar de volgende ochtend zou ik uit het niets onaangenaam verrast worden door een zeer hevige koortsaanval. Op donderdag 31 juli 2003 wilde ik een bezoek brengen aan Sukhothai Historical Park (Old Sukhothai), maar toen ik wakker werd was het mis, ik was ineens erg ziek. Met grote moeite ben ik toch naar Sukhothai Historical Park gegaan, maar al redelijk snel brak ik mijn bezoek af om terug te gaan naar het hotel. Ik heb het op kunnen brengen om er iets van te zien, maar ik heb verreweg het meeste niet goed kunnen bekijken. Ik beschouw m'n bezoek aan Sukhothai dan ook als voor meer dan de helft mislukt. Ik heb die middag nog een paar uur geveld op bed gelegen. 's Avonds moest ik verder reizen. Ik ging van Sukhothai naar Phitsanulok en van met Thai Airways vloog ik van Phitsanulok naar Bangkok (om daar weer uitgeteld in bed te vallen, die avond ging m'n avondje uit in Bangkok dus niet door, maar de volgende dag zette ik m'n reis naar het oosten wel gewoon voort).

Eén van de tempelcomplexen aan de buitenrand van het grote Sukhothai Historical Park.

Wat Si Chum in Sukhothai Historical Park, in het midden een boeddhabeeld van ongeveer 15 meter hoog.

De huidige Thaise mensen beschouwen Sukhothai als het eerste echte Thaise koninkrijk, het oude Sukhothai was de originele hoofdstad van dat eerste Thaise koninkrijk en het is nu een bezienswaardigheid van groot historisch belang.

 

Terug naar vorige pagina